ECLI:NL:RBDHA:2025:7805
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoekster met Palestijnse achtergrond
Verzoekster, geboren in Syrië in 1993 en van Palestijnse afkomst, heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van haar staatloosheid. Zij is in 2013 gevlucht naar Turkije, trouwde daar in 2016 met een Syrische man en kwam in 2021 naar Nederland, waar zij een verblijfsvergunning kreeg. De rechtbank heeft het verzoek op basis van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid beoordeeld.
De rechtbank heeft de nationaliteitsstatus van verzoekster onderzocht ten aanzien van de Palestijnse Gebieden, Syrië en Turkije. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen uit die gebieden als staatloos gelden. De Syrische nationaliteitswetgeving maakt het onwaarschijnlijk dat verzoekster via haar ouders of huwelijk de Syrische nationaliteit heeft verkregen, mede omdat zij niet rechtmatig samen met haar echtgenoot in Syrië heeft gewoond. Ook de Turkse nationaliteit is niet aannemelijk, aangezien zij slechts een tijdelijke verblijfsvergunning bezat en niet voldeed aan de voorwaarden voor naturalisatie.
Gezien het ontbreken van bewijs dat verzoekster door enige staat als onderdaan wordt beschouwd, heeft de rechtbank haar staatloosheid vastgesteld. De beschikking is zonder mondelinge behandeling genomen, met instemming van partijen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster staatloos is.