ECLI:NL:RBDHA:2025:780
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublin-verordening Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL44928), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S.N. Lekatompessij op 9 januari 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.