ECLI:NL:RBDHA:2025:7790
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor verhuur zonder huisvestingsvergunning bevestigd
Eiser verhuurde een woning aan huurders zonder geldige huisvestingsvergunning, wat een overtreding van de Huisvestingswet opleverde. Verweerder legde een bestuurlijke boete van €5.000 op, die later werd gematigd tot €2.500 nadat de huurders alsnog een vergunning kregen toegekend.
Eiser voerde aan dat verweerder de wettelijke beslistermijn van zes weken op zijn bezwaarschrift had overschreden, wat volgens hem aanleiding was tot verdere matiging van de boete. De rechtbank oordeelde echter dat eiser dit had kunnen adresseren door verweerder in gebreke te stellen en beroep te doen op dwangsommen, wat niet is gebeurd.
De rechtbank bevestigde dat eiser als eigenaar als overtreder kan worden aangemerkt en dat de boete terecht is opgelegd. De matiging tot €2.500 is passend vanwege de beperkte ernst van de overtreding, nu de huurders voldeden aan de voorwaarden voor een vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €2.500 wegens verhuur zonder geldige huisvestingsvergunning.