ECLI:NL:RBDHA:2025:7716
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, werd op 2 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico op onttrekking aan toezicht en de noodzaak tot vaststelling van zijn identiteit.
Na afwijzing van zijn asielaanvraag werd de bewaring verlengd. Eiser betwistte enkele gronden voor de bewaring, met name de zware grond 3b en lichte grond 4b, en voerde aan dat uitzetting naar een veilig land niet mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden, inclusief 3b, feitelijk juist zijn en dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat geen lichter middel volstaat. De maatregel is niet onrechtmatig en de overige gronden behoeven geen bespreking.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.