Uitspraak
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
- Eisers bekering tot het christendom.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 20 juni 2019 zijn vierde asielaanvraag in, met als grondslag zijn bekering tot het christendom. Verweerder wees deze aanvraag op 15 juni 2021 af als kennelijk ongegrond, omdat de bekering volgens hem ongeloofwaardig was. De rechtbank beoordeelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 25 maart 2025.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig achtte, maar twijfelde aan de oprechtheid van zijn bekering. De beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering vond plaats aan de hand van drie elementen: motieven en proces van bekering, kennis van het nieuwe geloof, en activiteiten binnen het geloof. De rechtbank bevestigde dat verweerder het eerste element niet opnieuw had getoetst, maar wel het tweede en derde element, en dat de motieven onvoldoende waren onderbouwd.
Verweerder motiveerde dat eiser beperkte kennis van het christendom had en deze kennis niet persoonlijk kon maken. Ook waren de kerkelijke activiteiten en verklaringen van derden onvoldoende overtuigend, mede omdat recente activiteiten niet waren aangetoond. De rechtbank vond de motivering van verweerder kenbaar en voldoende en concludeerde dat de bekering niet gebaseerd was op een diepgewortelde innerlijke overtuiging.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering.