ECLI:NL:RBDHA:2025:7658
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië
Eiseres diende op 9 december 2023 een asielaanvraag in en stelde de minister op 10 maart 2025 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen binnen de wettelijke termijn van vijftien maanden. Vervolgens diende zij op 27 maart 2025 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De minister had op 11 december 2024 een besluit- en vertrekmoratorium (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië, waardoor de beslistermijn verlengd werd tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium was op het moment van de ingebrekestelling en het beroep reeds van kracht, waardoor de minister niet langer kon beslissen op de aanvraag en het beroep als prematuur werd aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet voldoet aan de vereisten en verklaart het niet-ontvankelijk. Eiseres kan de minister pas na het verstrijken van de verlengde termijn van 21 maanden of na het einde van het BVM in gebreke stellen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.