ECLI:NL:RBDHA:2025:7612
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag Kirgizische nationaliteit wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, van Kirgizische nationaliteit en lid van de Oezbeekse bevolkingsgroep, diende een opvolgende asielaanvraag in na eerdere afwijzing en bevestiging van ongeloofwaardigheid van zijn asielrelaas in eerdere procedures. Hij vreesde vervolging door Kirgizische autoriteiten vanwege zijn steun aan de Oezbeken en activiteiten tegen deze autoriteiten, waaronder brieven en vermeende strafrechtelijke procedures.
De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de nieuw overgelegde documenten en verklaringen onvoldoende nieuwe feiten bevatten en het eerdere oordeel over ongeloofwaardigheid niet zijn weerlegd. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen voordeel van de twijfel gaf en dat het asielrelaas onvoldoende aannemelijk maakte dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.
Eiser voerde onder meer aan dat vertalingen van zijn gehoor onjuist waren en dat de minister niet aan haar vergewisplicht had voldaan. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat gebruik was gemaakt van een registertolk, correcties te laat werden ingediend en het onderzoek van Bureau Documenten als deskundigenadvies betrouwbaar was.
Ook de stelling dat eiser vanwege social media-activiteiten wordt gemonitord, werd niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.