Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[bedrijfsnaam] B.V. uit [vestigingsplaats] (vergunninghouder)
2.de gemeente Alphen aan den Rijn (de gemeente)
- het aanleggen en hebben van 27.879 m² extra verharding waarvan het hemelwater wordt afgevoerd naar de boezem;
- het toepassen van een alternatieve waterberging voor de afwatering van verharding van 2.482 m² waarvan het hemelwater wordt afgevoerd naar de boezem;
- het aanleggen van een duiker rond 1.000 mm met een lengte van 16,8 m in een overige watergang;
- het dempen van 120 m² overig oppervlaktewater in de boezem.
- het aanleggen en hebben van 6.576 m² extra verharding waarvan het hemelwater grotendeels wordt afgevoerd naar de boezem;
- het toepassen van een alternatieve waterberging voor de afwatering van verharding van 2.416 m² waarvan het hemelwater wordt afgevoerd naar de boezem;
- het aanleggen van een duiker rond 1.000 mm met een lengte van 16,8 m in een overige watergang;
- het dempen van 120 m² overig oppervlaktewater in de boezem.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin niet is voorzien in een voorschrift waarin staat dat de demping van 120 m² overig oppervlaktewater pas mag plaatsvinden nadat daarvoor is gecompenseerd;
- bepaalt dat aan de watervergunning het volgende voorschrift wordt verbonden:
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- aan eisers dient te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.814,-.