De gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland verzoekt om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verbleef sinds haar geboorte tot oktober 2024 in een moeder-kindhuis, waar ernstige zorgen ontstonden over haar veiligheid en voeding. De moeder kon niet adequaat in de basisbehoeften voorzien, wat leidde tot plaatsing in een pleeggezin waar de minderjarige zich ontwikkelt.
De instelling heeft uitgebreid gezocht naar een passende plek waar de ouders met de minderjarige kunnen wonen met voldoende begeleiding, maar heeft geen geschikte locatie gevonden die meer ondersteuning biedt dan het moeder-kindhuis. De ouders tonen een niet-meewerkende houding, weigeren toestemming voor medische zaken en hebben intakegesprekken bij een hulpverleningsinstantie afgezegd, waardoor zicht op de opvoedsituatie ontbreekt.
De kinderrechter stelt vast dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. De ouders worden aangespoord samen te werken met de gecertificeerde instelling en deel te nemen aan het hulpverleningstraject om zicht te geven op hun opvoedvaardigheden. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt direct.