Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar bezwaarschrift van 16 juli 2024. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat de minister binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet zij een dwangsom van € 100 per dag betalen, met een maximum van € 7.500. De rechtbank houdt rekening met de grote achterstanden bij de minister, waardoor een termijn van acht weken als redelijk wordt beschouwd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en de minister heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming binnen de gestelde termijn.