Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Aanvullende feiten
schadedoor
de detentie te verwachten is, niet kan beantwoorden.
de detentie te verwachten is, kan ik niet beantwoorden omdat het voor mij onmogelijk is gebleken te beoordelen welk aandeel de stress van de detentie en welk aandeel betrokkene zelf heeft in het niet onder controle kunnen brengen van de bloeddruk.
3.De verdere beoordeling van het geschil
“(in het bijzonder het innemen van de voorgeschreven medicatie )”is overgebracht naar het [zorgafdeling] (randnummer 2.4). Als de Staat de mening zou zijn toegedaan dat er desondanks (nog steeds) twijfels zouden zijn over de inname van medicatie, dan had de Staat dit ruim voor de zitting van 1 april 2025 moeten aanvoeren, en eerder maatregelen moeten nemen of voorstellen. Ook voor wat betreft de ter zitting gedane suggestie dat bij [eiser] een 24-uursmeting van zijn bloeddruk geïmplementeerd kan worden, geldt dat dit te laat is gedaan, zodat het [eiser] niet kan worden tegengeworpen.
een beperkte bijdragezullen leveren aan de verlaging van de bloeddruk. Dat dit ontoereikend is om de hoge bloeddruk waarmee [eiser] te kampen heeft naar beneden te brengen, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter ter zitting niet gemotiveerd betwist. De vraag in hoeverre de koosjere maaltijden van [eiser] al dan niet zoutarm zijn, is in dat verband dan ook niet doorslaggevend. Ook de door [eiser] betwistte aanwezigheid van een potje zout in zijn kamer is in dat verband niet van doorslaggevend belang.
bepaalt dat [eiser] uiterlijk binnen één maand na de datum van dit vonnis de dagvaarding in de bodemprocedure zoals hierboven genoemd dient aan te brengen, bij gebreke waarvan de schorsing vervalt;