ECLI:NL:RBDHA:2025:729
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet tijdig beslissen asielaanvraag gegrond verklaard
Geopposeerde diende op 18 juli 2024 beroep in wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 januari 2023. De rechtbank verklaarde dit beroep op 15 oktober 2024 kennelijk gegrond omdat de minister de verlengde beslistermijn had overschreden. De minister stelde verzet in tegen deze uitspraak.
In de verzetprocedure oordeelde de rechtbank dat de eerdere uitspraak onjuist was omdat de ingebrekestelling prematuur was, aangezien de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken en het Besluit- en vertrekmoratorium Oekraïne van toepassing was. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en hervatte het onderzoek. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is en dat de zaak niet inhoudelijk behandeld wordt. Er is geen recht op proceskostenvergoeding.
Tegen deze uitspraak is geen verzet of hoger beroep mogelijk voor zover het verzet betreft, maar tegen het besluit op het beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzet van de minister gegrond verklaard.