Uitspraak
1.[eiser 1] , wonende te [woonplaats 1] ,
2. [eiser 2], wonende te [woonplaats 1] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 20 november 2024 met productie 1.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen verhuurders en een huurster over een lekkage in de gehuurde woning en de daaruit voortvloeiende huurverlaging. De huurster meldde de lekkage in september 2023, waarna werkzaamheden werden uitgevoerd en de lekkage in februari 2024 werd verholpen. De Huurcommissie kende op basis hiervan huurverlaging toe voor de periode oktober 2023 tot mei 2024.
De verhuurders stelden dat de lekkage geen ernstig gebrek was en dat de huurster geen recht had op huurvermindering omdat zij onvoldoende melding zou hebben gemaakt. Ook vorderden zij een verklaring voor recht dat de woning geen gebreken kent, betaling van de legeskosten van de Huurcommissie en een schadevergoeding.
De huurster voerde verweer dat de procedure bij de Huurcommissie correct was doorlopen en dat zij de lekkage tijdig en voldoende had gemeld. De kantonrechter oordeelde dat de verhuurders onvoldoende onderbouwden dat de lekkage geen gebrek was en sloot aan bij het oordeel van de Huurcommissie. De kantonrechter wees de vorderingen van de verhuurders af, veroordeelde hen in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen van verhuurders af en bevestigt de huurverlaging wegens lekkage zoals vastgesteld door de Huurcommissie.