ECLI:NL:RBDHA:2025:7172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De rechtbank Den Haag heeft op 25 april 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van 10 december 2024 van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister beriep zich op het Dublin-verdrag, waardoor Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt omdat zijn gemachtigde geen toestemming had gegeven voor digitale bekendmaking via het Portaal voor Advocaten, en dat hij daardoor benadeeld was omdat hij niet tijdig een voorlopige voorziening kon aanvragen. De rechtbank stelde vast dat de gemachtigde op 17 december 2024 al op de hoogte was van het besluit en dat eiser binnen de gestelde termijn beroep had ingesteld. Bovendien had eiser pas bijna een maand later een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, waardoor geen sprake was van benadeling.
Omdat eiser geen inhoudelijke gronden had aangevoerd tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Het besluit van de minister bleef daarmee in stand en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is openbaar en bevat informatie over het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.