ECLI:NL:RBDHA:2025:7163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees vervolging Tsjadische autoriteiten
Eiser, met de Tsjadische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen en in hoger beroep waren bevestigd. Hij voerde aan dat hij door deelname aan demonstraties in Tsjaad in negatieve aandacht van de autoriteiten staat en dat hij gezocht wordt, onderbouwd met nieuwe documenten en verklaringen.
De rechtbank beoordeelde de nieuwe stukken, waaronder politieoproepen en een opsporingsbevel, maar concludeerde dat deze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd waren opgemaakt. Daarnaast werden de documenten gekenmerkt door spellingsfouten en inconsistenties, en eiser gaf geen overtuigende verklaring over de authenticiteit en herkomst van de documenten.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk wordt gezocht of een reëel risico loopt op ernstige schade. De enkele deelname aan demonstraties en de overgelegde landeninformatie waren onvoldoende om een gegronde vrees voor vervolging aan te nemen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de opvolgende asielaanvraag af, waarbij ook het opgelegde inreisverbod in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.