ECLI:NL:RBDHA:2025:710
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en beoordeling belangen kind
Eiseressen, twee zussen met de Jemenitische nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op de Dublinverordening, die bepaalt dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van hun aanvragen omdat zij recentelijk een geldig visum van Spanje hadden.
Eiseressen voerden aan dat zij in Spanje geen toegang tot opvang en gezondheidszorg zullen krijgen, mede vanwege hun kwetsbaarheid, waaronder het feit dat één eiseres alleenstaande moeder is van een minderjarig kind. Zij stelden dat de minister aanvullende garanties van Spanje had moeten vragen. De rechtbank oordeelt echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiseressen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank overweegt dat het AIDA-rapport en de lopende inbreukprocedure tegen Spanje onvoldoende bewijs leveren voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de situatie in Spanje vergelijkbaar is met de situatie in het Tarakhel-arrest, waarbij aanvullende garanties vereist zijn.
Verder heeft de minister de belangen van het minderjarige kind voldoende betrokken bij de besluitvorming. Er zijn geen aanwijzingen dat de overdracht naar Spanje nadelige gevolgen voor het kind zal hebben. De beroepen worden daarom kennelijk ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Ten slotte krijgen eiseressen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden kennelijk ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.