Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure over een asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie had op 3 april 2025 besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Bij een gelijktijdige uitspraak in de hoofdzaak is het beroep ongegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet meer nodig en is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.