ECLI:NL:RBDHA:2025:7016
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55/EG. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag bij besluit van 23 mei 2024 afgewezen. Vervolgens heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard bij besluit van 7 november 2024, waarmee de afwijzing is gehandhaafd.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter stelt vast dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.44492), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M. Munsterman en is openbaar gemaakt zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.