ECLI:NL:RBDHA:2025:6987
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin-verordening verblijfsvergunning
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 februari 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Bij een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL25.8244 werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet meer nodig was. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en griffier K.E. Mulder en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.