Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een Syrische asielzoeker die op 28 november 2024 in Nederland een asielaanvraag indiende, werd door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. Verzoeker stelde dat de opvangvoorzieningen in België onvoldoende zijn en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daardoor niet kan worden toegepast.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de spoedeisendheid en de lopende vragen bij de Afdeling bestuursrechtspraak over de opvang in België, het beroep niet kansloos is. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker niet mag worden overgedragen aan België totdat op het beroep is beslist.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker. De uitspraak werd gedaan zonder zitting vanwege de spoedeisendheid van de zaak en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan België totdat op het beroep is beslist.