Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 april 2025 waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid als zelfstandige' is afgewezen. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening en een ordemaatregel, waaronder het aanpassen van zijn BRP-code naar 'rechtmatig verblijf'.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker zijn beroep in Nederland mag afwachten, waardoor een verbod op uitzetting niet noodzakelijk is. Het verzoek om de BRP-code aan te passen wordt afgewezen omdat verzoeker niet heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden voor de gevraagde verblijfsvergunning, met name het aantonen van een zelfstandige relatie met een opdrachtgever. Verzoeker heeft ook onvoldoende onderbouwd dat hij niet in de gelegenheid is gesteld aanvullend bewijs te leveren.
Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het niet mogen werken als zelfstandige en het ontbreken van een zorgverzekering inherent zijn aan de weigering van de vergunning. Verzoeker komt in aanmerking voor medisch noodzakelijke zorg zolang hij zijn beroep in Nederland afwacht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige is afgewezen.