ECLI:NL:RBDHA:2025:6851
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op 17 april 2025 reeds een uitspraak is gedaan door de rechtbank in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.4265). Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen.