ECLI:NL:RBDHA:2025:6848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 22 januari 2025, waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 17 april 2025, maar eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Uit stukken en verklaringen van de gemachtigde van eiser blijkt dat eiser op 18 februari 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien niet meer bereikbaar is. De gemachtigde heeft meerdere pogingen gedaan contact te krijgen met eiser zonder succes.
De rechtbank concludeert dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming en daardoor geen rechtens te beschermen procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.