ECLI:NL:RBDHA:2025:6829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurtoeslag wegens overschrijding toetsingsinkomen ondanks zorgbehoefte echtgenote
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor huurtoeslag over 2023. Hij betoogt dat het inkomen van zijn zoon buiten beschouwing moet worden gelaten omdat deze fulltime zorgt voor zijn zieke moeder, wat blijkt uit een indicatiebesluit. Verweerder handhaaft de afwijzing omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen van eiser, zijn echtgenote en zoon hoger is dan de grens die in het Besluit op de huurtoeslag (Bht) is gesteld.
De rechtbank stelt vast dat het inkomen van iedere medebewoner moet worden betrokken bij het toetsingsinkomen, tenzij aan de voorwaarden van artikel 2a Bht wordt voldaan. Hoewel de zorgbehoefte van de echtgenote niet wordt betwist, voldoet eiser niet aan de inkomensgrens die nodig is om het inkomen van de zoon buiten beschouwing te laten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat het niet toekennen van huurtoeslag volgt uit de wettelijke bepalingen en dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van huurtoeslag wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van het toetsingsinkomen.