ECLI:NL:RBDHA:2025:6673
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de Minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de Dublinverantwoordelijkheid van Duitsland. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij een eerdere uitspraak op 18 april 2025 heeft de rechtbank het beroep behandeld onder zaaknummer NL25.14964.
Gezien deze eerdere uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel en is onherroepelijk, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.