ECLI:NL:RBDHA:2025:6623
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoekers, bestaande uit een vrouw van Libanese nationaliteit en haar minderjarige kinderen van Nigeriaanse nationaliteit, hadden een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Verzoekers stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak op 7 april 2025.
De rechtbank had inmiddels uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.4361), waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.