ECLI:NL:RBDHA:2025:6568
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak op beroep
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 21 januari 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond in de verlengde procedure. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig met de hoofdzaak op 25 maart 2025, waarbij zowel verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. Op 16 april 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.3647).
Gezien de uitspraak op het beroep acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening overbodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.