ECLI:NL:RBDHA:2025:6522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen minderjarige kinderen met Duitse beschermingsstatus
Eiseressen, minderjarige kinderen met een afgeleide subsidiaire beschermingsstatus in Duitsland via hun vader, deden asielaanvragen in Nederland die niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank oordeelt dat de beroepen ongegrond zijn en bevestigt dat eiseressen een band met Duitsland hebben en daar bescherming genieten.
De rechtbank constateert een hoorgebrek omdat de ouders als wettelijke vertegenwoordigers niet zijn gehoord, maar passeert dit gebrek vanwege de aanvullende motivering van de minister. De minister heeft de gewijzigde situatie na het verstrijken van de overdrachtstermijn voor de moeder en jongste kinderen toegelicht en blijft bij het standpunt dat het redelijk is dat eiseressen naar Duitsland terugkeren.
Eiseressen hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet bij hun vader in Duitsland kunnen verblijven of dat hij de zorgtaken niet aankan. De stelling dat cultuur een belemmering vormt is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank veroordeelt de minister tot proceskostenvergoeding en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen.
Uitkomst: De beroepen van eiseressen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.