ECLI:NL:RBDHA:2025:6407

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
16 april 2025
Zaaknummer
NL25.9126
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 43 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 november 2023. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen daarmee instemden.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de minister binnen zes maanden moet beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een groot aantal aanvragen. Daarnaast is de beslistermijn voor vreemdelingen uit Soedan verlengd met een jaar vanwege het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM).

Hierdoor eindigt de beslistermijn van eiser op 5 augustus 2025. Eiser heeft echter al op 10 februari 2025 een ingebrekestelling ingediend, waardoor het beroep prematuur is. Dit betekent dat het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro en daarom niet-ontvankelijk is verklaard.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9126

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 november 2023.
2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt. Partijen hebben hier mee ingestemd, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten en het beroep dus niet heeft behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
4. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend, zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken, nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
5. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.
6. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn, als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.
7. De wettelijke beslistermijn van 15 maanden zou in het geval van eiser op
5 februari 2025 eindigen. De voormalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft echter bij besluit van 28 juni 2023 (Besluit- en Vertrekmoratorium Soedan, hierna: BVM) de beslistermijn op grond van artikel 43, eerste lid van de Vw verlengd met een jaar tot ten hoogste eenentwintig maanden voor vreemdelingen afkomstig uit Soedan die hier een asielaanvraag indienen of hebben ingediend. [1] Bij besluit van 19 december 2023 is de geldigheid van het BVM verlengd voor de duur van zes maanden. [2]
8. De beslistermijn van eiser eindigt, gelet op het bovenstaande, op 5 augustus 2025. Eiser heeft de ingebrekestelling op 10 februari 2025 ingediend. Dat betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van J. Yedema, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Te raadplegen via:
2.Te raadplegen via: