ECLI:NL:RBDHA:2025:6328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens onvoldoende geloofwaardigheid en veilig land van herkomst
Eisers hebben asiel aangevraagd met het motief dat zij in Servië vrezen voor mishandeling en misbruik door een man genaamd [naam]. Verweerder heeft deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat hij de problemen met [naam] niet geloofwaardig acht en Servië als een veilig land van herkomst beschouwt.
De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2025 behandeld, waarbij eisers en hun gemachtigde niet zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen medisch onderzoek heeft laten uitvoeren voorafgaand aan het horen, omdat uit het gehoor bleek dat eisers in staat waren verklaringen af te leggen en geen medische stukken zijn overgelegd.
De rechtbank stelt dat verweerder de verklaringen van eisers over hun asielmotieven voldoende gemotiveerd heeft beoordeeld. Eisers hebben onvoldoende concreet gemaakt hoe hun referentiekader hun verklaringen beïnvloedt. Ook is het niet aannemelijk dat zij vanwege traumatisering of beperkte opleiding niet adequaat konden verklaren. Verweerder mocht de tegenstrijdigheden en het ontbreken van concrete details meenemen in zijn oordeel.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 15 april 2025 door rechter J.F.I. Sinack.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard.