Uitspraak
(bij vervroeging)
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 21 januari 2025 een verzoek van de vader tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken met betrekking tot zijn twee minderjarige kinderen. De vader wilde het contact met de kinderen opbouwen conform zijn verzoek of, subsidiar, een bijzondere curator of onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming laten benoemen. De moeder voerde verweer.
Feitelijk is het contact tussen de vader en de kinderen sinds medio 2022 respectievelijk september 2024 verbroken. De kinderen en ouders hebben professionele hulpverlening ontvangen vanwege diverse problematiek, waaronder depressieve stoornissen en ouder-kindrelatieproblemen. De rechtbank concludeerde dat het verzoek van de vader veel onrust en spanningen veroorzaakt en dat de kinderen het juridische traject als druk ervaren.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde om geen onderzoekstraject te starten omdat dit de druk op de kinderen vergroot. De rechtbank volgt dit advies en wijst het verzoek van de vader af. Wel wijzigt de rechtbank ambtshalve de zorgregeling zodat het contact tussen vader en kinderen plaatsvindt op een wijze die partijen in overleg met de kinderen vaststellen. De regeling uit 2015 blijft verder van kracht.
De rechtbank benadrukt het belang van het welzijn van de kwetsbare kinderen en het zoeken van hulp door beide ouders om de deur naar contact open te houden. De kinderen hebben zich respectvol over de vader uitgelaten en tonen op termijn mogelijk bereidheid tot contact. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de zorgregeling en opbouw van contact met de vader wordt afgewezen, met ambtshalve wijziging dat contact in overleg met de kinderen plaatsvindt.