ECLI:NL:RBDHA:2025:6262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen omgevingsvergunning voor tuinmuur in beschermd stadsgezicht
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen van een schutting door een tuinmuur. De vergunning wijkt af van het bestemmingsplan vanwege een hogere bouwhoogte dan toegestaan. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en stelde onder meer dat de muur niet vakkundig zou worden gemetseld en niet zou passen in het beschermd stadsgezicht.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag onder de Wabo valt, omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De vergunning voldoet aan de toetsing van de Welstands- en Monumentencommissie en voorziet in een muur die qua kleur aansluit bij de woning. De bezwaren over verankering en kleur zijn daarom ongegrond.
Hoewel eiser bezorgd is over de uitvoering van de bouw, kan de vergunninghouder zelf de werkzaamheden uitvoeren; een verplichting tot inschakeling van een professionele aannemer kan niet worden opgelegd. Wel is toegezegd dat de werkzaamheden gecontroleerd zullen worden. De rechtbank wijst erop dat naleving van het Bouwbesluit 2012 en de vergunning kan worden gehandhaafd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de vergunning blijft van kracht, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.