Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Surinaamse man, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op basis van afgeleid verblijfsrecht bij zijn stiefkinderen, die de Nederlandse nationaliteit hebben. De minister wees de aanvraag af omdat niet is gebleken dat de stiefkinderen zodanig afhankelijk zijn van eiser dat zij gedwongen zouden worden de EU te verlaten als zijn verblijfsrecht wordt geweigerd.
De rechtbank heeft het beroep op 28 februari 2025 behandeld en beoordeelt dat hoewel eiser daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht en een financiële bijdrage levert, dit niet leidt tot de vereiste afhankelijkheidsverhouding. De juridische ouders, moeder en biologische vader, wonen in Nederland en de biologische vader speelt een beperkte rol.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de lichamelijke en emotionele ontwikkeling van de kinderen in gevaar komt bij weigering van het verblijfsrecht. Ook kan de moeder gebruikmaken van kinderopvang en maatschappelijke voorzieningen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER blijft in stand.