ECLI:NL:RBDHA:2025:6150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep tegen verlenging van gebiedsverbod wegens openbare ordeverstoring
Eiser was een gebiedsverbod opgelegd vanwege herhaalde verstoringen van de openbare orde, waaronder overnachten in portieken en benaderen van mensen voor drugsverkoop. De burgemeester verlengde dit verbod met drie maanden nadat eiser het gebiedsverbod meerdere malen had overtreden en zelfs een gevangenisstraf had gekregen.
Eiser voerde in beroep aan dat het verlengingsbesluit onrechtmatig was omdat het gebiedsverbod was uitgebreid, hij geen gelegenheid had gekregen tot het indienen van een zienswijze, en het verbod onevenredig zwaar was vanwege het grote gebied en het belang van contact met zijn ouders. De rechtbank oordeelde dat eiser nog procesbelang had ondanks het verlopen van het verbod, omdat het verbod zijn eer en goede naam raakt.
De rechtbank vond dat het verlengingsbesluit tijdig was en dat het gebiedsverbod hetzelfde gebied betrof als het oorspronkelijke verbod. Het ontbreken van een zienswijze was niet onzorgvuldig omdat verweerder bekend was met de omstandigheden van eiser en eiser in bezwaar had afgezien van een hoorzitting.
Gelet op de ernst en herhaling van de overlast was het gebiedsverbod evenredig en noodzakelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht af en kende geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlenging van het gebiedsverbod.