Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
inde periode van l juni 2011 tot en met l maart 2017 te Delft en/of elders in Nederland opzettelijk
eengeldbedrag (van in totaal ongeveer 54.261,23 euro),
inde periode van l januari 2013 tot en met
juni 2015te Delft en/of elders in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens)
persoon(telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
inapril 2012 (10.000.- euro) en/of
opof omstreeks 17 januari 2014 15.000,- euro en/of
31 oktober 2016, 20.000.- euro en/of
op ofomstreeks 12 juni 2017, 6.750.- euro en/of
26 juni2017, in totaal 25.000,- euro en/of
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
240 UREN;
120 DAGEN;
van ACHT (8) MAANDEN;
nietzal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;