Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tsjechische vreemdeling, werd op 30 maart 2025 aangehouden wegens het niet kunnen tonen van identiteitsdocumenten en vervolgens op 31 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. Hij stelde dat de ophouding te lang duurde en dat de strafrechtelijke ophouding onterecht was, maar de rechtbank oordeelde dat de ophouding binnen de wettelijke termijn van zes uur plaatsvond en dat er geen sprake was van een louter vreemdelingenrechtelijk doel bij de aanhouding.
De maatregel van bewaring werd opgelegd vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. Eiser betwistte de gronden niet, maar voerde aan dat de maatregel niet proportioneel was en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische gesteldheid. De rechtbank vond echter dat de maatregel voldoende was gemotiveerd, dat er geen lichtere maatregel mogelijk was en dat eiser geen onderbouwing gaf voor detentieongeschiktheid.
Verder oordeelde de rechtbank dat de maatregel van bewaring ook voor Unieburgers mogelijk is onder strikte voorwaarden, welke in deze zaak waren vervuld. De ambtshalve toets leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.