ECLI:NL:RBDHA:2025:6068
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Tegen dit besluit was beroep ingesteld en tegelijkertijd werd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat op dezelfde dag door de rechtbank uitspraak is gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL25.8763).
De voorzieningenrechter achtte een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af als kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep.