ECLI:NL:RBDHA:2025:6058

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
11 april 2025
Zaaknummer
NL24.44082
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 21 maart 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Dit betrof een eerste beroep dat zij op 8 november 2024 indienden. Vervolgens dienden zij een tweede beroep in tegen hetzelfde niet tijdig beslissen.

De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eisers procesbelang hebben bij de beoordeling van het eerste beroep. Gezien het feit dat reeds op het tweede beroep is beslist, oordeelt de rechtbank dat er geen procesbelang bestaat bij het eerste beroep. De rechtbank kan immers niet twee keer beslissen over hetzelfde niet tijdig genomen besluit met hetzelfde doel, namelijk het opleggen van een beslistermijn aan de minister.

Daarnaast heeft de rechtbank vastgesteld dat eisers geen nieuwe feiten, omstandigheden of relevante wijzigingen in het recht hebben aangevoerd die het eerste beroep zouden kunnen ondersteunen. Daarom verklaart de rechtbank het eerste beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.44082

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
mede namens de minderjarige kinderen:

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 21 maart 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
2. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

3. Eisers hebben op 8 november 2024 een eerste beroep (NL24.44082) tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Vervolgens hebben eisers een tweede beroep (NL24.45751) tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag ingediend. Bij uitspraak van 14 maart 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, uitspraak gedaan in het tweede beroep (NL24.45751).
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eisers procesbelang hebben bij een beoordeling van hun eerste beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Er is door deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, immers al beslist op het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, hebben eisers geen belang bij hun eerste beroep.
5. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eisers geen nieuwe feiten en omstandigheden, dan wel een relevante wijziging van recht aan dit beroep ten grondslag hebben gelegd.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).