Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:6021

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2025
Publicatiedatum
11 april 2025
Zaaknummer
11470530 MB VERZ 24-8672
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling proceskostenvergoeding bij administratieve sanctie verkeersrecht

In deze zaak staat centraal of de officier van justitie terecht een proceskostenvergoeding heeft toegekend aan de gemachtigde van betrokkene na vernietiging van een administratieve sanctie. Betrokkene had beroep ingesteld tegen de sanctie, waarna de officier van justitie de sanctie vernietigde en proceskostenvergoeding toekende. De gemachtigde stelde beroep in tegen deze toekenning.

De kantonrechter overwoog dat artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) de exclusieve bevoegdheid aan de kantonrechter geeft om proceskosten toe te kennen in deze zaken. De rechtbank volgde niet het standpunt van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de toepassing van artikel 13a, tweede lid, WAHV mogelijk in strijd is met het discriminatieverbod uit verdragen.

De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat om de proceskostenvergoeding in WAHV-zaken te verlagen ten opzichte van andere bestuursrechtelijke zaken. Tevens wees de rechtbank erop dat deze extra factor in alle fasen van het geding moet worden toegepast bij vernietiging van de boete of wijziging van het sanctiebedrag.

Gelet op de zaakinhoud en waardering achtte de kantonrechter de toegekende vergoeding van €156,00 terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot wijziging van de proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de toekenning van een proceskostenvergoeding van €156,00 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
Registratienummer team straf: 11470530 MB VERZ 24-8672
Uitspraakdatum : 7 april 2025
Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting
in de zaak van

[betrokkene]

wonende dan wel gevestigd te: [postcode] [woonplaats]
[adres] , nader ook te noemen: betrokkene.
Gemachtigde: Adviesbureau Skandara.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd. De gemachtigde heeft namens betrokkene daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking waarbij de sanctie is opgelegd, vernietigd en het verzoek van de gemachtigde tot vergoeding van de proceskosten toegewezen. Tegen de beslissing tot het toekennen van de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting 24 maart 2025 de standpunten nader toe te lichten. De gemachtigde is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen. Ter zitting heeft gemachtigde gepersisteerd bij het beroepschrift.

Overwegingen

In deze zaak is alleen nog in geschil of de officier van justitie terecht een proceskostenvergoeding heeft toegekend met toepassing van de extra factor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv.
Blijkens de beslissing van 2 juli 2024 heeft de officier van justitie het verzoek om een vergoeding van de proceskosten toegewezen ter hoogte van € 156,00.
Op grond van artikel 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is de kantonrechter bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Anders dan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ziet de kantonrechter geen aanleiding om artikel 13a, tweede lid, van de Wahv vanwege (mogelijke) schending van het in verdragen neergelegde discriminatieverbod buiten toepassing te laten. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een redelijke en objectieve rechtvaardiging – en daarmee van een legitiem doel – om de hoogte van de proceskostenvergoeding in Wahv-zaken te verlagen ten opzichte van andere bestuursrechtelijke zaken (niet zijnde zaken op grond van de Wet WOZ en de Wet bpm). De kantonrechter verwijst in dit verband naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 januari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:1658).
De kantonrechter overweegt verder dat uit de tekst van artikel 13a, tweede lid, onder a van de Wahv blijkt dat deze factor dient te worden toegepast in alle fasen van het geding (“in verband met de behandeling van het administratief beroep dan wel het beroep bij de rechtbank”) bij vernietiging van de boete dan wel wijziging van het sanctiebedrag. Gelet op de inhoud van de zaak en de waardering heeft de officier van justitie terecht een bedrag van € 156,00 aan de gemachtigde toegekend.
Het verzoek om wijziging van de proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.A. Sturm, kantonrechter, bijgestaan door J.S Hagenaar, griffier en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.