ECLI:NL:RBDHA:2025:6013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen inreisverbod wegens ontbreken familie- of gezinsleven
Eiser, van Albanese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een door de minister opgelegd inreisverbod van twee jaar. Hij stelt dat hij family life uitoefent in Europa, verwijzend naar familieleden in Frankrijk, Italië en een kind in Engeland. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 4 april 2025, waarbij de gemachtigde van eiser niet aanwezig was.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat zijn stellingen niet concreet zijn onderbouwd. De enkele verklaring over familieleden in verschillende Europese landen is onvoldoende om een onderzoeksplicht van de minister te activeren. De minister heeft terecht geen familie- of gezinsleven aangenomen en daarom ook geen belangenafweging gemaakt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.