Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Soedanese nationaliteit, werd op 21 maart 2025 onderworpen aan een maatregel van bewaring door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 24 maart 2025 opgeheven en eiseres met haar vier minderjarige kinderen overgedragen aan Frankrijk.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding toegekend moest worden. De minister had de maatregel gemotiveerd met het risico dat eiseres zich zou onttrekken aan toezicht, onder meer vanwege een eerdere mislukte overdracht waarbij eiseres niet meewerkte. De rechtbank achtte deze gronden feitelijk juist en voldoende onderbouwd.
Eiseres voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat de verzwaarde belangenafweging, mede op grond van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, onvoldoende was. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen lichter middel toepaste gezien het risico op onttrekking en dat de belangenafweging voldoende was gemotiveerd, mede omdat geen medische onderbouwing van psychische schade was overgelegd.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.