ECLI:NL:RBDHA:2025:5732

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2025
Publicatiedatum
7 april 2025
Zaaknummer
NL24.11317
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inreisverbod en signalering

Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarbij een zwaar inreisverbod en een signalering voor tien jaar zijn opgelegd. Dit besluit verving een eerder licht inreisverbod. Tevens is het besluit later gewijzigd en aangevuld door de minister.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 1 april 2025. Bij uitspraak in de hoofdzaak is het beroep ongegrond verklaard en zijn de bestreden besluiten in stand gelaten. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, conform artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het inreisverbod en de signalering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.11317

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , geboren op [geboortedatum 1] , van Marokkaanse nationaliteit,

alias
[alias 1], geboren op [geboortedatum 2] , van Marokkaanse nationaliteit,
alias
[alias 2], geboren op [geboortedatum 3] , van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Procesverloop

1. Met het besluit van 12 maart 2024 (het bestreden besluit 1) heeft de minister aan verzoeker een zwaar inreisverbod - onder intrekking van het licht inreisverbod - en een besluit tot signalering voor de duur van tien jaar opgelegd.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Met het besluit van 17 juli 2024 (het bestreden besluit 2) heeft de minister het bestreden besluit 1 gewijzigd en aangevuld. Het beroep van verzoeker heeft van rechtswege mede betrekking op het bestreden besluit 2. [2]
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 april 2025, samen met het beroep in de zaak NL24.11312, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL24.11312, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en de bestreden besluiten 1 en 2 zijn in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL24.11312.
2.Dit volgt uit artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.