ECLI:NL:RBDHA:2025:5664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling minister bij ingetrokken beroep asielaanvraag
Verzoeker diende een asielaanvraag in op 22 juni 2023. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 22 december 2023 eindigen, maar door de inwerkingtreding van WBV 2023/3 is deze termijn verlengd met negen maanden tot 22 september 2024. Verzoeker stelde de minister vervolgens in gebreke op 9 januari 2024, maar deze ingebrekestelling was volgens de rechtbank te vroeg.
Verzoeker had een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit, maar trok dit beroep in nadat de minister alsnog een besluit nam. Verzoeker vroeg daarop om veroordeling van de minister in de proceskosten. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, waarna de minister aangaf de proceskosten niet te willen vergoeden.
De rechtbank overweegt dat een bestuursorgaan alleen in de proceskosten kan worden veroordeeld als het geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Omdat het beroep niet ontvankelijk zou zijn verklaard vanwege de verlengde beslistermijn en de te vroege ingebrekestelling, is er geen sprake van tegemoetkoming. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was.