ECLI:NL:RBDHA:2025:5664

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2025
Publicatiedatum
7 april 2025
Zaaknummer
NL24.6046
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)WBV 2023/3
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling minister bij ingetrokken beroep asielaanvraag

Verzoeker diende een asielaanvraag in op 22 juni 2023. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 22 december 2023 eindigen, maar door de inwerkingtreding van WBV 2023/3 is deze termijn verlengd met negen maanden tot 22 september 2024. Verzoeker stelde de minister vervolgens in gebreke op 9 januari 2024, maar deze ingebrekestelling was volgens de rechtbank te vroeg.

Verzoeker had een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit, maar trok dit beroep in nadat de minister alsnog een besluit nam. Verzoeker vroeg daarop om veroordeling van de minister in de proceskosten. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, waarna de minister aangaf de proceskosten niet te willen vergoeden.

De rechtbank overweegt dat een bestuursorgaan alleen in de proceskosten kan worden veroordeeld als het geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Omdat het beroep niet ontvankelijk zou zijn verklaard vanwege de verlengde beslistermijn en de te vroege ingebrekestelling, is er geen sprake van tegemoetkoming. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.6046

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Kalu-Mollema),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het volgens hem niet tijdig nemen van een besluit door de minister. Hij heeft het beroep ingetrokken, omdat de minister alsnog een besluit heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft hierop gereageerd dat hij de proceskosten niet wil vergoeden.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Verzoeker heeft op 22 juni 2023 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van verzoeker op 22 december 2023 eindigen. Maar de minister heeft met de inwerkingtreding van WBV 2023/3 [3] de beslistermijn met ingang van 1 januari 2023 verlengd met negen maanden. Dit betekent dat deze termijn voor verzoeker pas op 22 september 2024 is geëindigd. Dit maakt dat de ingebrekestelling van verzoeker van 9 januari 2024 te vroeg is ingediend. Het beroep zou niet-ontvankelijk zijn verklaard, als verzoeker het beroep niet had ingetrokken.
4.2.
Omdat geen sprake was van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt daarom afgewezen.

Conclusie en gevolgen

5. Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek om een proceskostenveroordeling af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Berendsen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Stcrt. 2023, nr. 3235.