ECLI:NL:RBDHA:2025:5601
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 21 maart 2023. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing is eveneens afgewezen bij besluit van 9 december 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 25 maart 2025 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister aanwezig waren. De voorzieningenrechter besloot het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen vanwege de heropening van het onderzoek in de beroepsprocedure en de verwijzing naar de meervoudige kamer. Het bestreden besluit werd geschorst en verzoeker kreeg toestemming om in Nederland te verblijven totdat het beroep is beslist.
Daarnaast bepaalde de voorzieningenrechter dat de minister het griffierecht aan verzoeker moet vergoeden en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten van €1.814,- aan verzoeker, gebaseerd op de verleende toevoeging en het aantal proceshandelingen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst, waardoor verzoeker in Nederland mag blijven tot het beroep is beslist.