In deze zaak vordert eiseres, een persoonlijke vennootschap van een accountant, betaling van een bedrag van € 67.905,20 plus wettelijke rente wegens onbetaalde facturen voor werkzaamheden in 2024. De oorspronkelijke overeenkomst liep tot 30 september 2023, waarna partijen geen overeenstemming bereikten over een nieuwe beloningsstructuur. Ondanks het ontbreken van een nieuwe overeenkomst heeft eiseres haar werkzaamheden voortgezet.
De rechtbank oordeelt dat er geen overeenstemming is bereikt over de nieuwe beloning na september 2023. De door gedaagde voorgestelde resultaatsafhankelijke beloningsstructuur is niet aanvaard en de eerdere uurtariefregeling geldt niet automatisch. Omdat eiseres is blijven werken, is gedaagde gehouden tot betaling van een redelijk loon. De rechtbank sluit aan bij de door gedaagde betaalde voorschotbedragen als maatstaf.
De vordering wordt toegewezen tot € 67.905,20, vermeerderd met wettelijke rente. Het verweer dat eiseres ondermaats heeft gepresteerd wordt verworpen omdat dit in kort geding onvoldoende aannemelijk is. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling binnen vijf dagen en tot vergoeding van proceskosten.