ECLI:NL:RBDHA:2025:5489
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitstel vertrek wegens medische situatie
Verzoeker heeft bij de minister een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek te verkrijgen vanwege zijn medische situatie. Deze aanvraag werd bij besluit van 24 november 2020 afgewezen. Na bezwaar bleef de minister bij zijn standpunt in het besluit van 20 november 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 10 maart 2025 samen met een gerelateerde zaak. Op dezelfde dag als deze uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het beroep en dit gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter veroordeelde de minister wel tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister moet de proceskosten van € 907,- vergoeden.