ECLI:NL:RBDHA:2025:5486

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
2 april 2025
Zaaknummer
NL24.49221
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ECLI:NL:RVS:2024:1071
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek op basis van geboortedatum in authentiek paspoort

De minister van Asiel en Migratie wees de asielaanvraag van eiser af als kennelijk ongegrond, omdat hij uitging van de geboortedatum vermeld in een authentiek bevonden Mauritaans paspoort. Eiser betwistte zijn meerderjarigheid en stelde minderjarig te zijn, maar kon niet aannemelijk maken dat het paspoort frauduleus was verkregen of dat een andere geboortedatum juist was.

Tijdens de zitting bevestigde eiser de juistheid van de paspoortgegevens. De rechtbank volgde de hoogste bestuursrechter die heeft vastgesteld dat de minister in beginsel mag uitgaan van gegevens uit een authentiek paspoort, ook voor persoonsgegevens zoals geboortedatum. De stelling van eiser en zijn gemachtigde dat er indicaties zijn voor minderjarigheid, volstaat niet om af te wijken van de geboortedatum in het paspoort.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 26 maart 2025 en geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat de minister terecht uitging van de geboortedatum in het authentieke paspoort.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.49221
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.B. van den Toorn-Volkers, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. In het bestreden besluit is de minister ervan uitgegaan dat eiser meerderjarig is. Eiser stelt echter minderjarig te zijn.
2. De minister is uitgegaan van de gegevens uit een echt bevonden Mauritaans paspoort. Met dat paspoort is eiser ook Nederland binnengekomen. In het paspoort is de geboortedatum [datum] 2005 vermeld.
3. Tijdens de gehoren heeft eiser bevestigd dat de gegevens in het paspoort juist zijn.
4. De hoogste bestuursrechter [1] heeft uitgesproken [2] dat de minister in beginsel mag uitgaan van de gegevens uit een authentiek bevonden paspoort. Dat gaat niet alleen over de nationaliteit, maar ook over de persoonsgegevens. Als de vreemdeling stelt dat bepaalde daarin vermelde gegevens toch buiten beschouwing moeten worden gelaten, dan moet hij aannemelijk maken dat dat paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. Eiser heeft dat niet gedaan, noch andere stukken ingebracht waaruit een andere geboortedatum blijkt, zoals een geboorteakte. De stelling van de gemachtigde dat er indicaties zijn dat eiser minderjarig is, is niet voldoende om in afwijking van de geboortedatum in het paspoort, eiser als een minderjarige te beschouwen en te behandelen.
5. De minister is dus terecht uitgegaan van de geboortedatum zoals die is vermeld in het paspoort. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.toevoeging griffier: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2.toevoeging griffier: de uitspraak van 14 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1071, rechtsoverweging 3.