ECLI:NL:RBDHA:2025:5459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen in een besluit van 22 november 2024. Tegen dit primaire besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om in Nederland te mogen blijven totdat op het bezwaar is beslist.
De minister heeft zich niet verzet tegen de toewijzing van deze voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek als kennelijk gegrond beoordeeld en het verzoek toegewezen. Tevens is verzoekster vrijgesteld van het griffierecht vanwege haar inkomen.
De voorzieningenrechter heeft het primaire besluit geschorst en de minister verboden verzoekster uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op bezwaar bekend is gemaakt. Daarnaast is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €907.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het primaire besluit geschorst totdat op bezwaar is beslist.