ECLI:NL:RBDHA:2025:540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Georgische nationaliteit wegens ongeloofwaardigheid en kennelijke ongegrondheid
Eiser, van Georgische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in na zijn uitzetting uit Nederland en een inreisverbod van twee jaar. Hij stelde te zijn bedreigd en aangevallen in Georgië, onder meer door een politieman, en leed aan ernstige lichamelijke en psychische klachten. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van bewijs en de ongeloofwaardigheid van het verhaal.
Eiser voerde aan dat zijn posttraumatische stressstoornis (PTSS) zijn verklaringen beïnvloedde en dat de minister onvoldoende rekening hield met zijn psychische toestand. Hij overhandigde een psychologisch rapport dat PTSS en een ernstige depressie bevestigde. De rechtbank oordeelde echter dat eerdere procedures en rechterlijke uitspraken de ongeloofwaardigheid van zijn relaas bevestigen en dat het rapport geen nieuwe inzichten bood.
De rechtbank stelde vast dat de minister zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld, dat de verklaringen van eiser onvoldoende samenhangend en aannemelijk waren, en dat eiser geen goede reden had om negen maanden te wachten met het indienen van zijn aanvraag na terugkeer in Nederland. Daarom was de afwijzing als kennelijk ongegrond terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid en late indiening.