ECLI:NL:RBDHA:2025:5332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zwaar inreisverbod en signalering voor tien jaar wegens drugssmokkel
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van 28 oktober 2024 waarin hem een zwaar inreisverbod en signalering voor de duur van tien jaar werd opgelegd vanwege zijn betrokkenheid bij drugssmokkel.
De rechtbank behandelde het beroep op 21 januari 2025 en oordeelde dat het inreisverbod terecht is opgelegd. De minister had gemotiveerd dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, mede vanwege de aard van het misdrijf en de risico's voor de volksgezondheid en openbare orde.
Eiser stelde dat het strafbare feit niet in de bijlage van WI 2022/12 stond en dat er geen recidivegevaar was, mede door zijn goede gedrag in detentie en spijtbetuiging. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat gedrag in detentie beperkte waarde heeft en dat het karakter van het misdrijf drugssmokkel een fundamenteel belang raakt.
Daarnaast voerde eiser aan dat de raadplegingsprocedure met Spanje al had plaatsgevonden en dat het inreisverbod strijdig was met zijn recht op privé- en familieleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat de raadplegingsprocedure pas na het terugkeerbesluit startte en dat het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8, omdat het gezinsleven ook buiten de EU kan worden voortgezet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het inreisverbod en de signalering voor tien jaar en wees de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het tienjarige inreisverbod en signalering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.